Als mensen zien hoeveel werk ik verzet, aan de opslag en in het achterperk, maken ze zich wel eens zorgen: “Hâldst dat wol fol? Bist mar sa’n fladde,” zeggen ze dan. Vraag ik mem even wat dat betekent, fladde, want mem is goed in het Frysk, en dan blijkt dat ze bedoelen dat ik tenger ben. En dat klopt, maar ik geloof niet dat mensen zich zorgen hoeven te maken. Ik ben aardig taai.

Maar van dat gebeuk met de elleboog tegen mijn bekken heb ik wel last gehad. Ik kaats daarom met een spons in een band om mijn lijf. Voor de Bitgumer kaatsdagen ben ik naar Cornelis Terpstra geweest. Ik bin wiis mei Cornelis, ik heb met hem een speciale band. Hij is altijd met het kaatsen bezig, maakt prachtige kaatswanten. Kent het spelletje door en door. Ik heb heel veel van hem geleerd.

 

Cornelis fabriceerde een soort van likdoornpleister, maar dan in het groot, om mijn elleboog te beschermen. Zo kaatste ik in Bitgum pijnvrij. Zonder Cornelis had ik Bitgum niet gewonnen.